Een boekenpareltje heb ik weer in handen. Gelijk op mijn boekenlijst gezet met boeken die de dood bespreekbaar maken. De vraag in de titel benadrukt een veelgehoord advies ten aanzien van kinderen en leren over de dood: benoem dood zijn niet als slapen voor altijd. Dit om te voorkomen dat kinderen angstig worden voor slapen én bovendien is slapen natuurlijk iets heel anders dan dood zijn. Jonge kinderen willen juist grip krijgen op dit biologische aspect van de dood: eerlijke informatie helpt daarbij.
Merel
De lieve dieren in het bos nemen kinderen op een liefdevolle manier mee op zoek naar hun vriend Merel. Ze kunnen hem niet vinden: hij lijkt onvindbaar. De verbazing is op de gezichten van de dieren af te lezen. Mooi om met kinderen naar de uitdrukkingen te kijken en samen te bedenken hoe ze zich voelen.
Vragen
En dan zien ze Merel. Hij ligt op het pad. Mogelijk verbinden kinderen al een conclusie aan hoe Merel erbij ligt. Misschien hebben ze al eens een dode vogel in de natuur gevonden. De dieren in het verhaal sluiten mooi aan bij de vragen die kinderen kunnen hebben. En tegelijkertijd helpen die vragen over dood en leven om er meer van te begrijpen.
‘Merel? Lieve vriend? Merel, slaap je nog?’ We zeggen het zachtjes. Merel beweegt niet.
Sleutelbegrippen
In verschillende onderzoeken worden vijf sleutelbegrippen beschreven die kinderen te ontwikkelen hebben, voordat ze het biologische aspect van de dood volledig kunnen begrijpen. Deze achtergrond is fijn om te weten als voorlezende volwassene. Het doet je extra beseffen dat de onderzoeksmodus van de dieren, wat is er aan de hand en hoe komt Merel weer in beweging, bijdraagt aan leren over de dood.
- Onomkeerbaarheid. Kinderen moeten nog leren en kunnen begrijpen dat de dood definitief is. En dat je niet eventjes dood kunt zijn. Kinderen snappen gedurende hun ontwikkeling steeds beter dat de dood definitief is en dat er geen terugkeer naar het leven mogelijk is.
- Onontkoombaarheid. Het begrip dat alles wat leeft ook eens dood gaat.
- Toepasselijkheid. Het begrip dat alleen levende dingen dood kunnen gaan.
- Beëindiging. Het begrip dat alle processen in een lichaam op zullen houden te functioneren waarop de dood zal volgen.
- Causaliteit. Het begrip dat dood uiteindelijk veroorzaakt wordt door afbraak van lichamelijke functies.
‘Misschien is hij dood’, zegt Pok opeens.
Emoties
Er is in dit verhaal mooie de ruimte voor de emoties die gevoeld kunnen worden wanneer je iemand moet missen. De prachtige illustraties verbeelden en versterken dit op krachtige wijze. En voor de voorlezer: lees de woorden in hoofdletters met kracht en extra duidelijk voor. Kan een mooi (h)erkenningsmoment zijn voor kinderen die deze gevoelens herkennen.
‘Merel kan helemaal niet door zijn. DAT. KAN. ECHT. NIET.’
Herinneren en herdenken
Werkwoorden die kinderen enorm goed passen en die je als leerkracht kunnen ondersteunen bij het ruimte geven aan rouw en verlies in jouw klas. De dieren in het verhaal maken met blaadjes een fijne plek voor Merel. De dieren vertellen elkaar herinneringen en Gunther leest een gedicht voor. Op deze manier maken kinderen op laagdrempelige manier kennis met de ingrediënten voor een herdenkingsbijeenkomst.
Speciale plek
Samen denken de dieren na over welke plek ze naar Merel kunnen vernoemen. De favoriete plek van Merel was de weide: de Merelweide. Een plek waar de dieren extra aan Merel kunnen denken.
Dagelijkse schoolleven
Echt een boek om het hele jaar door voor te lezen aan de kinderen in jouw klas. Dit boek benadrukt weer eens dat we deze onderwerpen mogen integreren in het dagelijkse schoolleven. Het verhaal van Merel en zijn vrienden zal raken aan veel levensverhalen van de kinderen. Of omdat ze het gemis van een dierbare herkennen en/of omdat ze vragen hebben over de dood (en dus ook over het leven). Meenemen dus de klas in. En extra tip: dit boek kan ook prima in een boekjeshoek of leeshoek staan. Extra waardevol wanneer kinderen dit boek zelf nog eens kunnen bekijken/lezen.
Tips voor in de klas
- Afbeelding centraal. Heb je een herinnerplek in de klas, kies samen met de kinderen een afbeelding uit die ze mooi vinden en zet deze een tijdje centraal. Dit kan ook een afbeelding zijn die past bij het collectief geheugen van de klas. Bijvoorbeeld als de groep als geheel een verlies of grote verandering heeft meegemaakt.
- Verteltafel. De herfst biedt extra mogelijkheden om dit verhaal met figuurtjes na te laten vertellen. Met herfstblaadjes, dennenappels en andere herfstmaterialen kunnen kinderen op de verteltafel een fijne plek voor Merel ontwerpen.
- Merelweide. Welke plek zou jij een speciale naam willen geven? Denk je aan een speciaal iemand?

